De Oranje Revolutie en het internet

“The Orange Revolution may have been the first in history to be organised largely online.”, stelt McFaul (2005, pp. 12). Dat is een boude stelling, maar McFaul is absoluut niet de enige die een grote rol toedicht aan het internet (en gsm’s) in het omverwerpen van de regerende macht in Oekraïne in 2004: er zijn tal van artikels te vinden die beschrijven hoe groot de rol van internet wel niet is geweest (tot de belangrijkste horen Kyj, 2006, Bandera, 2006, Goldstein, 2007 en Lysenko en Desouza, 2010). In deze blogpost ga ik na in hoeverre internet echt van belang was in de case van de Oekraïense revolutie. Die vraag kadert binnen de grotere vraag in hoeverre nieuwe media een middel zijn voor democratisering.

Alvorens ik de rol van digitale technologieën en in het bijzonder internet analyseer, is het belangrijk om kort nog even de context en het verloop van de Oranje Revolutie te schetsen.

Revolutiefoto.jpg
Bron: akukraine.blogspot.be

Voor het overzicht baseerde ik me in grote lijnen op Kyj (2006) en Goldstein (2007). Een uitgebreider verslag van de gebeurtenissen vind je op Wikipedia (in het Nederlands en in het Engels) of in de documentaire The Orange Chronicles. Kuchma voerde een corrupt en autoritair regime en was zeer onpopulair bij de bevolking. Om zichzelf veilig te stellen koos hij zelf een geschikte opvolger uit: Janoekovytsj. Janoekovytsj nam het in de presidentiële verkiezingen in 2004 op tegen Joesjtsjenko, de kandidaat van de oppositiepartij. Joesjtsjenko was veel democratischer en westerser ingesteld en was wel populair bij het volk. Door grootschalige fraude won Janoekovytsj de tweede ronde van de verkiezingen op 21 november 2004 (de eerste ronde bepaalde welke twee kandidaten het tegen elkaar zou opnemen). Uit protest tegen de verkiezingsfraude verzamelden Oekraïeners in Kiev en in het hele land gedurende een tweetal weken in tentenkampen. Die periode van geweldloos protest is wat we verstaan onder de ‘Oranje Revolutie’. Als gevolg van dat protest en van onderhandelingen van Joesjtsjenko kwam er een derde verkiezingsronde en op 26 december 2004 werd Joesjtsjenko verkozen tot president.

Het belang van internet

De in de inleiding genoemde artikels wijzen op de belangrijke rol van het internet in de aanloop naar de verkiezingen én tijdens het eigenlijke protest. Hoewel maar een klein deel van de bevolking toegang had tot internet (cf. infra), was er tijdens de Oranje revolutie en in de periode daarrond een ontzettend grote toename van internetgebruikers (o.a. Bandera, 2006, pp. 8). Over de exacte cijfers is er geen consensus (Lysenko en Desouza, 2010), maar de schatting van bijvoorbeeld Bandera (2006, pp. 8) illustreert de link tussen de Oranje revolutie en het internet:” By the end of November, one estimate of the total number of people who had access to and actually used the Internet was 5.6 million—well over 10 percent of total population. In 2002 that number was estimated at just 2 to 3 percent.” In de meeste artikels (o.m. Goldstein, 2007 en Lysenko en Desouza, 2010) worden twee grote manieren onderscheiden waarop internet bijgedragen heeft aan de Oranje Revolutie: internet was “an important provider of alternative political information and effective tool to organize opposition (Lysenko en Desouza, 2010)”.

Onder het autoritaire regime van Kuchma werden alle audiovisuele (met uitzondering van 5 Kanal) en printmedia gecontroleerd door de president (Kyj, 2006, pp. 72). Journalisten waren verplicht om nieuws te brengen op een bepaalde manier. Anders riskeerden ze ontslag of erger. Door zijn gratis karakter maakte internet het mogelijk om de censuur te omzeilen en een alternatieve media-omgeving te creëren waar een ander perspectief geboden werd en waar verhalen gebracht werden die anders niet gebracht werden (Goldstein, 2007, pp. 4). Drie sites worden telkens weer genoemd: Ukrayinska Pravda, Obozrevatel (een tabloid) en ProUA (een site met een zakelijke insteek). Ukrayinska Pravda is de belangrijkste van de drie: de site werd veruit het vaakst geconsulteerd tijdens de Oranje Revolutie (Kyj, 2006, pp. 77-78). Door die alternatieve nieuwsbronnen kregen Oekraïners objectieve informatie en werden ze zich meer en meer bewust van wat er echt aan de hand was in Oekraïne (Goldstein, 2007, pp. 5). Ook tijdens de protesten zelf speelden de nieuwssites een belangrijke rol: ze publiceerden breaking news en analyses van de situatie (Kyj, 2006, pp. 73). De tv-zender 5 Kanal voorzag via zijn website bovendien continu liveverslag tijdens de revolutie en die site had ook een archief van korte video’s die downloadbaar en dus verspreidbaar waren (Kyj, 2006, pp. 75).

cartoon oekraïne.jpg
Bron: LA Times

Die nieuwssites waren neutraal en wilden een breed publiek bereiken. Daarin verschillen ze van de sites van activisten (Goldstein, 2007, pp. 5), die de tweede belangrijke manier vormen waarop internet een rol speelde. Als voorbeelden hiervan worden telkens de sites van Maidan en Pora besproken. Dat zijn twee groepen van prodemocratische activisten die een site (die veeleer de vorm van een forum had) gebruikten als ondersteuning van hun acties in het veld: op die site communiceerden leden met elkaar en bespraken ze campagnestrategieën en technieken (Goldstein, 2007, pp. 6-8). “For Maidan, the Internet was clearly a vital, multi-faceted tool for outreach, training, and awareness raising, as well as fundraising and marketing.”, vat Goldstein de rol van het internet voor Maidan, een belangrijke protestgroep, samen. De site had namelijk message boards waar leden konden discussiëren over allerlei topics, er verschenen nieuwsverhalen door activisten, er was een fotogallerij met foto’s van protesten, je kon er donaties doen, enz. (Kyj, 2006, pp. 74 en Goldstein, 2007, pp. 7). Pora was een groep van jonge activisten die hun website gebruikten om de burgers te informeren en om te communiceren met activisten onderling én zij gebruikten op het terrein SMS  als een belangrijk communicatiemiddel (Goldstein, 2007, pp. 8).

Die internetfora zorgden voor een toename van het sociaal kapitaal. “The Internet may have an impact on civil society or the ability of groups to form around similar interests independent of the state.”, stellen Faris en Etling (2008, pp. 73) en dat was het geval bij die fora: het waren plaatsen van discussie waar mensen met elkaar in contact kwamen en waar activisten zich groepeerden. Door die fora vergrootte het politiek bewustzijn en beslisten ook meer burgers om zich bij de prodemocratische activisten te voegen: ze creëerden dus sociaal kapitaal. Volgens Faris en Etling (2008, pp. 73-74, p. 82) is het daarbij wel belangrijk dat het internet zorgt voor een grotere participatie in de echte wereld en niet enkel online, maar dat was in Oekraïne zeker het geval: aan de hand van die internetfora overtuigden de activisten burgers om deel te nemen aan acties en protesten.

Enkele nuances

Hoewel internet inderdaad de rol speelde die in de voorgaande paragrafen beschreven is, kan het belang van internet tijdens de Oranje Revolutie en de daaraan voorafgaande periode toch wel wat genuanceerd worden.

Op het eerste zicht zou je denken dat internet tijdens de Oranje Revolutie een publieke sfeer creëerde, omdat “The internet provides a compelling platform for political discussion and provides a useful venue for the debate and deliberation that are thought to contribute to democracy. (Benkler, 2006, pp. 177)”. Volgens Lysenko en Desouza (2010) bijvoorbeeld promootte het feit dat journalisten online hun vrije gang konden gaan de creatie van de online publieke sfeer en ook op de sites van de activistengroepen was discussie mogelijk. Een cruciaal element van de publieke sfeer is echter dat die inclusief is, m.a.w. dat iedereen kan deelnemen aan het debat (zie bv. Habermas, 1990, pp. 89 of Dahlberg, 2004, pp .9). Het totale percentage van de bevolking met internettoegang in Oekraïne was in die tijd echter zeer beperkt en de mensen die toegang hadden behoorden tot de elite: studenten, professors, jonge werknemers van grote bedrijven, onderzoekers, journalisten, politici e.d. (Lysenko en Desouza 2010). Omdat slechts zo’n beperkte groep van de samenleving kan deelnemen aan het debat kan er volgens mij geen sprake zijn van een publieke sfeer. Dat is een eerste nuance van de rol van internet in de Oranje Revolutie.

De informatie die online te vinden was, kwam wel op een indirecte manier bij het grote publiek. Die elites die toegang tot internet hadden, waren namelijk ook mensen die een groot netwerk hadden: zij zorgden dus voor verspreiding van wat ze daar vonden (Goldstein, 2007, pp. 5). Die verspreiding van online informatie kon gebeuren van mond tot mond, maar vaak werden ook online artikels afgeprint en zo verspreid (Helbig, 2006, pp. 86). Zo komen we meteen bij een tweede nuance van de rol van internet: traditionele methoden van informatieverspreiding waren nog zeer belangrijk tijdens de Oranje Revolutie. Lysenko en Desouza 2010 geven aan dat “[…] the role of print material in spreading oppositional ideas was still highly important.” en dat “[…] the opposition was able to use the Internet to spread print–ready campaign materials through the whole country […].” Goldstein (2007, pp .8) wijst naast printmateriaal nog op een heleboel andere traditionele methoden voor informatieverspreiding die de activisten gebruikten: openbare activiteiten en demonstraties, visuele presentaties zoals graffiti, mediapresentaties zoals interviews en tijdschriften.

Een andere belangrijke nuance is dat internet misschien wel een belangrijk hulpmiddel was voor activisten om te communiceren en activiteiten te organiseren, maar dat er toch nog altijd acties in de echte wereld nodig waren. Zoals de oprichter van Maidan vertelde in een interview aan Goldstein: “[…] websites cannot produce an activist organization. (Ignatov, in Goldstein 2007:7)”. Volgens die oprichter was centraal leiderschap cruciaal voor de Maidan community, bijvoorbeeld om een set van regels te ontwikkelen voor de message boards. Wat Danitz en Strobel (1999, pp. 131) schrijven, sluit daarbij aan: While the role of the Internet is important [in het streven naar democratie], it is not a replacement for other forms of interaction and communication. But it is a powerful supplement. Traditional face-to-face lobbying is still more effective.” Je hebt nog altijd mensen nodig die risico’s willen nemen: activisten die protesten willen organiseren, journalisten die kritische artikels willen schrijven, burgers die op straat willen komen, …

Een laatste nuance van het belang van internet tijdens de Oranje Revolutie is dat niet enkel de online nieuwsmedia maar ook de traditionele media zich uiteindelijk tegen de corruptie keerden. Meier (2009), een collega van Goldstein, schrijft over een geval dat volgens hem de kracht van de traditionele media illustreert: een vrouw die voor het Oekraïense TV-journaal het nieuws in gebarentaal vertaalde, sprak de dove bevolking op een bepaald moment toe met de volgende woorden: “Do not trust the results of the central election committee. They are all lies.” (Meier, 2009)”. Dat live signaal zou geholpen hebben om het nieuws van de vervalste verkiezingen te verspreiden, waardoor meer mensen op straat kwamen (Boustany, 2005). Die anekdote toont aan dat traditionele media toch nog veel meer impact hadden dan het internet. Naarmate de protesten heviger werden, spraken ook enkele ‘gewone’ nieuwslezers live op tv uit dat ze niet langer wilden liegen in naam van een corrupte regering (Kyj, 2006, pp. 78). Volgens Kyj (2006, pp. 78) kan dat een verklaring zijn voor het gedaalde bezoekersaantal van de verschillende nieuws-en activistensites op het einde van de revolutie. Als dat het geval is, toont dat aan dat de Oekraïners meer belang hechtten aan de traditionele media dan aan het internet.

Wel hulpmiddel, geen motor

Uit voorgaande bespreking blijkt duidelijk dat internet een belangrijk hulpmiddel is geweest tijdens de Oranje Revolutie om mensen te informeren, bewust te maken en te mobiliseren, om contacten te onderhouden met aanhangers en met andere prodemocratische organisaties, om manifestaties te plannen en coördineren, om geld in te zamelen, enz. Het mag ondertussen evenwel ook duidelijk zijn dat het internet ‘slechts’ een hulpmiddel was en niet dé drijvende motor achter de Oranje Revolutie. Mijn conclusie valt samen met die van Goldstein (2007, pp .2): “[…] The internet and mobilephones made a wide range of acitvities easier, however the Orange Revolution was largely made possible by savvy activists and journalists willing to take risks.” Goldstein (2007, pp. 9) stelt ook nog dat “few observers would argue that the Orange Revolution would not have happended without the internet.”McFaul (2005) beschreef zelfs een hele reeks van factoren die meespeelden in de Oranje revolutie – waaronder de aanwezigheid van een semi-autocratisch regime en een onpopulaire heerser –  en hij besloot: “The presence of only a few of these factors is unlikely to generate the same outcome (McFaul, 2005, pp. 17)”. De rol van het internet in de Oranje Revolutie mag dus ook niet overschat worden.


  • Bandera, S. (2006). The role of the Internet and Ukraine’s 2004 Presidential elections. Development Associates Report.
  • Benkler, Y. (2006). The Wealth of Networks: How Social Production Transforms Markets and Freedom. New Haven: Yale University Press.
  • Boustany, N. (2005, 29 april). As Ukraine Watched the Party Line, She Took the Truth Into Her Hands. Washington Post. Geraadpleegd van http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2005/04/28/AR2005042801696.html
  • Dahlberg, L. (2004). The Habermasian Public Sphere: a Specification of the Idealized Conditions of Democratic Communication. Studies in Social and Political Thought 10, 2-18.
  • Faris, R., & Etling, B. (2008). Madison and the Smart Mob: The Promise and Limitations of the Internet for Democracy. Fletcher Forum for World Affairs 32, 65-85.
  • Goldstein, J. (2007). The role of digital networked technologies in the Ukrainian Orange Revolution. Working paper. Berkman Center for Internet & Society at Harvard Law School.
  • Danitz, T., & Strobel, W. P. (1999). Networking dissent: Cyber activists use the Internet to promote democracy in Burma. Washington, DC: U.S. Institute of Peace
  • Habermas, J. (1990). Moral Consciousness and Communicative Action. Cambridge: MIT Press.
  • Helbig, A. (2006). The Cyberpolitics of Music in Ukraine’s 2004 Orange Revolution. Current Musicology 82(21), 81-101.
  • Kyj, M. (2006). Internet use in Ukraine’s Orange Revolution. Business Horizons 49(1), 71–80.
  • Lysenko, V. V., & Desouza, K. C. (2010, 6 september). Role of Internet-based information flows and technologies in electoral revolutions: The case of Ukraine’s Orange Revolution. First Monday 15(9). Geraadpleegd van http://journals.uic.edu/ojs/index.php/fm/article/view/2992/2599#author
  • Meier, P. P. (2009, 18 februari). Digital Resistance and the Orange Revolution. Geraadpleegd van https://irevolutions.org/2009/02/18/digital-resistance-and-the-orange-revolution/
  • McFaul, M. (2006). The Orange Revolution in a comparative perspective. In A. Aslund & M. McFaul, M. (Red.), Revolution in orange: The origins of Ukraine’s democratic breakthrough (pp. 165-195). Washington, D.C: Carnegie Endowment for International Peace.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s